Ont-moeten

Een persoonlijke bijdrage van Simeon Karsten, 31 maart 2021

Ont-moeten tussen verschillende werelden

Het werk als geestelijk verzorger valt en staat bij de ontmoetingen met anderen. Ik ontmoet in eerste instantie de mens die baat heeft bij geestelijke verzorging. Daarnaast ontmoet ik ook constant andere zorgmedewerkers om deze persoon heen én als laatste ontmoet ik mijn collega’s en beroepsgroep. Alle drie deze ontmoetingen zijn belangrijk in mijn werk maar ik ervaar ook weerstand en verwarring als gevolg van de hermeneutische schakel die ik als geestelijk verzorger vervul tussen deze 3 werelden.

In mijn werk als geestelijk verzorger in een ziekenhuis word ik in consult gevraagd bij mensen die lijden en is het de kunst om deze ander zo goed mogelijk te ontmoeten. Echter, tussen alle piepjes, slangetjes en andere visites door kan een goede ontmoeting best lastig zijn. Daar komt bij dat de patiënt steeds korter in een ziekenhuis ligt en ik in 1 of 2 gesprekken het vertrouwen moet krijgen om iemand echt te mogen ontmoeten.

In de 6 jaar dat ik hier werk lijken deze ontmoetingen steeds beter en natuurlijker te gaan. Dit komt vooral omdat ik minder bezig ben met wat ik moet zijn; een goede geestelijke verzorger. Het lijkt dat, hoe meer ik bezig ben met wat ik moet doen, hoe minder goed ik iemand echt ontmoet.

Wanneer ik in een MDO moet uitleggen waarom ik denk dat het goed zou zijn dat ik iemand bezoek, moet ik schakelen naar een taal die volgbaar is voor de artsen, verpleegkundigen en andere paramedici, zodat zij snappen waarom ook ik aanwezig ben in dit overleg en mij vervolgens in consult kunnen vragen voor deze betreffende patiënt.

En als ik aan het einde van mijn dag weer op mijn kantoor naast mijn collega’s zit, kan ik mijn ontmoetingen vervolgens nog een keer vertalen in de mooie filosofische beschouwende en reflectieve taal waarmee wij zijn opgeleid.

Het is een zeldzaam geval dat ik deze filosofische en theologische taal kan inzetten in de ontmoetingen die ik heb met mijn patiënten. Hierdoor voel ik mij letterlijk als een soort Hermes heen en weer lopen tussen verschillende werelden. En elke keer als ik aan het bed zit moet ik die andere werelden weer loslaten om deze persoon echt te kunnen ontmoeten wat soms verwarrend werkt want om de ander echt te ontmoeten kan ik niet al van te voren weten wat die ander nodig heeft.

Wat ik lastig vind is dat als ik mij begeef onder geestelijk verzorgers, wij onderling heel goed weten waarom wij zo belangrijk zijn. Wij kunnen met gevoel, mystiek en jaren lange zelfreflectie onze ontmoetingen verklaren en romantiseren. Een ongemakkelijk gesprek gaat over De moed van het niet weten; en bij het ervaren van stress is er sprake van het wegblijven van de innerlijke ruimte als gevolg van een conflict tussen doen en laten.

Hoe boeiend en belangrijk deze spirituele en academische verdieping ook is, de paradox lijkt dat deze wereld vaak niet aansluit bij zowel de mensen waarvoor ik in het ziekenhuis ben, alsmede de collega’s van het bedrijf die mij in consult moeten vragen. En steeds vaker vraag ik mij af of we de werelden waartussen ik als hermes functioneer, niet te ver uit elkaar liggen?

De zorg dendert door en is gericht op efficiëntie en geld. Ze willen mensen helpen en problemen oplossen. Onze taal en waarden zijn anders. Het gevolg is dat ik al 6 jaar lang opnieuw uitleg waarom we er zijn en wanneer ze ons in consult kunnen vragen en voel ik mij  vaak als een soort Asterix en Obelix die de leefwereld verdedigen in een systemisch geprotocolleerd ziekenhuis.

De patiënt daarentegen weet vaak niet eens dat mijn functie bestaat en van de mensen die dat wel weten, is het beeld vaak dogmatisch en onvolledig. Als ik mij voorstel als “de geestelijk verzorger” wordt soms al direct gereageerd dat dit niets voor hen is want ze zijn niet gelovig.

Hermes/Mercurius – Giambologna

Dus Óf ik snap mijn collega’s heel goed maar praat in een taal die niet aansluit bij de mensen die ik begeleid. Óf ik ontmoet mijn gesprekspartner heel goed maar laat de terminologie los. Kortom, wil ik de ander écht ontmoeten, moet ik eerst ont-moeten, en wil ik mij verdiepen in mijn vak, loop ik het risico deze ander uit het oog te verliezen.

Is het ons lot dat we altijd tussen deze werelden blijven bewegen of kunnen we onze spirituele wereld ook iets dichter bij de leefwereld krijgen van de ander? Missen we dan een fundamentele diepgang binnen ons vak of komt het ons imago ten goede en zorgt deze toenadering ervoor dat we wellicht een wat meer vanzelfsprekende plek kunnen innemen in de samenleving en het in het ziekenhuis waar ik werk?

Simeon Karsten

Educatie voor zorgprofessionals

door Frans Vrijmoed, 27 oktober 2020

Beste bezoeker,

Sinds vorige week staat op de pagina Educatie een interessant aanbod van gratis trainingen, workshops en begeleiding op het gebied van omgaan met levensvragen. Alle zorgorganisaties in Flevoland die zorg in de thuissituatie aanbieden kunnen dit aanvragen. Neem voor meer informatie contact op met de betreffende docent, of met het CvL.

Vrijheid

Een persoonlijke bijdrage van: Marjanne van de Mheen, 15 oktober 2020

Sinds een aantal jaren mag ik gedichten voordragen uit eigen werk bij ‘Kunst op het ’t Harde’. Dit jaar, 2020, zou in het teken staan van 75 jaar vrijheid, aansluitend bij het landelijk initiatief.
Veel gemeenten in Nederland wilden daar aandacht aan besteden. Musea, festivals, concerten hadden zich gericht op dit thema van vrijheid. Maar toen kwam Corona, en net als zoveel andere dingen schoof ook dit naar de achtergrond of naar een online variant.
Vrijheid, een waardevol thema wat opeens door corona op een andere manier dichtbij komt.

Vaak, als ik me in een woord wil verdiepen, zoek ik het op in het etymologisch woordenboek.
En daar stond, voor mij verrassend, dat het woord vrijheid van Freya komt; Germaans voor lief of dierbaar. Vrijheid vind zijn oorsprong in liefde, mooi vind ik dat.
Als je de ander de vrijheid geeft komt daar liefde bij kijken. Iemand de vrijheid, de ruimte geven, om zich uit te spreken, zichzelf te kunnen zijn, om de dingen op haar manier te kunnen laten doen, of hem los te laten zodat hij zijn vleugels in alle vrijheid uit kan slaan.

Vrijheid overstijgt in die zin, de individuele mens. Het is in relatie tot een ander, waar vrijheid tot uiting maar ook in het geding kan komen. De vrijheid om te doen en te laten, de vrijheid van meningsuiting, vrij om je zelf te zijn, vrij om te gaan en te staan, de vrije wil. Al die vormen van vrij of juist onvrijheid, kunnen vragen oproepen. Levensvragen hebben vaak te maken met een bepaalde vorm van (on)vrijheid. Als geestelijk verzorger is het bijzonder om nabij te mogen zijn in die kwetsbaarheid van de mens.

Op veel gebieden kan er onvrijheid zijn, maar als geestelijk verzorger in gesprek met de ander is er bij veel mensen ook een onvrijheid in zichzelf (al komt dit vaak weer door moeilijke of heftige omstandigheden en of mensen die hen weinig (geen) ruimte lieten) Mensen die zichzelf daardoor kleiner maken, geen ruimte geven, niet durven uitspreken waar ze voor staan, er niet mogen zijn en niet mogen zijn wie ze ten diepste zijn.

In poëzie is het, net als in het vak van geestelijk verzorgers, een proberen om woorden te vinden, woorden te geven, aan wat moeilijk onder woorden te brengen is. Maar misschien, bedacht ik, dat vrijheid begint bij luisteren. Luisteren naar wie jij ten diepste bent, luisteren naar die ander.

Afgelopen 3 oktober had ik op kasteel ‘De Zwaluwenburg’ op ’t Harde, daarom willen beginnen met dit gedicht, maar nu dus vanaf deze plek…

Symposium 25 februari

Op 25 februari 2020 vond in het Parkhuys van Almere het eerste Symposium over Levensvragen plaats. De organisatie was in handen van Netwerk Palliatieve Zorg Almere en het Centrum voor Levensvragen.

Er was veel belangstelling voor, uit diverse richtingen: de thuiszorg, hospice-zorg en palliatieve zorg, maar ook studenten en mantelzorgers kwamen af op de lezingen en de thematafels.

Je kunt een verslag van de avond lezen via de link hieronder. Ook de presentaties zijn via de links te bekijken.